zaterdag 13 februari 2010

De wase 100

Als er in je geboortedorp een wandeling wordt georganiseerd, dan is dat toch altijd iets speciaals. Deze keer een 100km-tocht door mijn geboortestreek, De Wase 100! Dit mocht ik toch niet missen.
100 km wandelen doe je niet zo maar... Daar heb je een goede conditie voor nodig, wat doorzettingsvermogen en een sterke wil. Daaraan ontbreekt het me niet, op dit vlak.
Door de sneeuwval van de laatste dagen lagen alle paden en kleine paadjes er glad bij. Ofwel platgereden door auto's, ofwel moest je opletten dat je de benen niet brak over de hard gevroren bulten en putten.
Vertrek op vrijdag 12 Februari 2010 om 21u. De eerste stappers gingen er vandoor tegen een snelle 7-8km per uur. Wijselijk liet ik hen maar gaan. een dikke 6.5 was meer dan genoeg. Door het prutsen met mijn spikies ,die me van uitglijden moesten besparen, kwam ik snel op achterstand. En na nog eens mislopen te hebben kwam ik als laatste van de 37 stappers aan de eerste controlepost aan. DAT gingen ze natuurlijk geen tweede keer tegen me zeggen. Dus ik zette al vlug een tegenoffensief in.
Met een mooi gemiddelde van 6.6 kwam ik na 26.5km aan op de eerste rustpost. Door de gezamelijke vertrekken was ik daar verplicht om een uur te wachten.
Om 02u15 konden we weer gaan. schuifelend over ijs een platgetreden sneeuwlagen. Als ik dan mijn spikies aan deed, lag er een lang stuk asfalt binnen de korste keren te wachten. Dat was niet zo gezond voor de pinnetjes van de spikies. Dus die gingen dan weer uit. Als er dan weer een stuk ijs kwam, zag je er tegenop om die vijf minuten om ze aan te doen eraan op te offeren. Dus ze bleven meer uit dan aan. Als ik ze dan eens aan had, trapte ik toevallig op een bult waar geen spike op pakte en lag ik bliksemsnel op mijn zijkant. Zonder schade gelukkig.
De controleposten waar ik telkens naar uit keek, boden soms al eens lekkere hap. Van de lauwe thee of de ijskoude cola was ik minder te spreken bij dit weertype. Tot -4 graden had men beloofd. Kou had ik echter niet, zweten des te meer. Mijn Buff heeft me af en toe moeten beschermen tegen een striemend windje.
De aankomsttijden op de rustposten waren voorzien op een gemiddelde van 5km per uur, met rustpauzes. Naar het eind toe was er niet zo veel overschot meer. Op de 2e rustpost na 66km kwam ik aan met een ruimte van 45min voor het volgende gezamelijke vertrek. Ik had toch nog een gemiddelde van 6.2 per uur. In een overvol café ging ik met stramme spieren en een blaar op mijn linkerhiel, aanschuiven voor een warme choco. Plots zag ik sterretjes, ik haastte me dus maar terug om me te zetten alvorens ik ging vallen. Na wat bekomen te zijn en een toiletje was het om 10u11 al tijd om er weer vandoor te gaan.
De spieren weer in gang trekken voor de laatste 35km. Ik had nog steeds een zeer positief gevoel. Knokken ging ik er zeker voor doen. En als er geen ongelukken gebeurde zou ik het zeker halen. Maar het werd op den duur toch zwaar!! Steeds maar weer kijken waar je die ene voet zette om de minste kans te hebben om uit te glijden. Stramme spieren die een glijpartij of val niet kunnen opvangen wegens te vermoeid. Op de hele tocht toch een keer of 3-4 en dansje uitgevoerd dat helemaal niet gepland was. Op 1 been, met beide armen en het andere been in de lucht. Verschietachtig was dat op z'n minst. Dus besloot ik na 80km en doodmoe toch die spikes aan te doen en desnoods op de asfalt aan te laten. Ik wou niet vallen en mijn zege laten ontglippen. Na een 10km kwam er echter weer een lang stuk asfalt, dus ik krijg het van dat krassen van staal op asfalt, en heb ik ze toch weer uitgedaan.
De laatste 6km, gingen tegen zo'n 4.5km per uur op dat ijs. Je kent de streek, je denkt we moeten langs daar en daar gaan. Maar natuurlijk heeft de parkoersmeester nog wel een ommetje in gedachten. Uiteindelijk net voor de sluiting van 17u (16u58) aangekomen na exact 100km. Dit met een effectieve wandeltijd van 17u en 10min, over zo'n gladde wegen vind ik dat voor mezelf een superprestatie. Weer eens iets anders dan de Dodentocht.